Geschreven door: John Spoler

planten

A = een gezond blad

B = een gebrek aan Fosfor (P) = Wanneer er overmatig veel oudere bladeren van planten vallen is er een tekort aan fosfor

C & H= een gebrek aan Stikstof (N) = Oude bladeren kleuren in hoog tempo geel en vallen snel af. Bladeren worden smal en randen krijgen een lichte kleur. De plant verzwakt en wordt gevoelig voor ziektes.

D = een gebrek aan Kalium (K) = Er komen kleine gaatjes in de (oudere) bladeren, die geleidelijk groter worden. Ook hier worden de bladeren gelig van kleur.

E = een gebrek aan Magnesium (Mg) = In oudere bladeren komen gele en bruine plekken op. De plant droogt uit. Een tekort aan Mg resulteert ook in een tekort in Fe, omdat het voorkomt dat Fe kan worden opgenomen.

F = een gebrek aan Ijzer (Fe) = Een tekort aan ijzer is het eerste zichtbaar bij de nieuwe bladeren. De nerven en bladeren kleuren dan geel en rode planten krijgen niet de kans om een dieprode kleur te tonen en worden ook groen/geel.

G = een gebrek aan Calcium (Ca) = De kleuren zijn weggevallen, bladeren worden geel tot zelfs wit en bladeren verliezen vorm.

Een gebrek aan Koper (Cu) = Een tekort aan koper leidt tot dode en witte randen aan de nieuwe blaadjes. (Een te veel aan koper tot vergiftigde garnalen.)